(Ruwe schetsen uit) Het Dagboek van een Sabeltand Schorpioen

Aangifte mede mogelijk gemaakt door ING

In een interview met het Financieel Dagblad heeft Hans Hagenaars, directeur Particulieren bij ING, gezegd dat de ING bedrijven de mogelijkheid wil aanbieden om advertenties aan te bieden op basis van het betalingsgedrag van klanten van de bank. Hans Hagenaars geeft daarbij aan dat de ING een speciaal team heeft samengesteld om de betalingen van haar klanten te analyseren, zodat de bank weet waaraan en waar de ING-klanten hun geld besteden. De ING wil mogelijk al in het laatste kwartaal van 2014 van start met een proef met enkele duizenden klanten. De ING wil de kennis over het betalingsgedrag van hun klanten verzilveren naar het verdienmodel van Google. Google harkt namelijk bakken met geld binnen door het tonen van advertenties gebaseerd op de e-mailconversaties van gebruikers van Gmail. Zowel de privacywetgeving als de gedragscode banken staan niet toe dat een bank het betalingsgedrag van haar klanten voor commerciële doeleinden aan derden verkoopt.
De ING geeft ook op haar website aan dat zij nooit individueel herleidbare klantdata zal doorgeven aan derden en dat klanten erop kunnen vertrouwen dat ING uitsluitend gebruik maakt van hun persoonsgegevens wanneer dat ook is toegestaan. Daarom dient de ING van te voren toestemming aan de klanten te vragen en is de proef een zogenoemd opt-in programma, waarbij je alleen meedoet als je expliciet aangeeft dat je mee wil doen. Dit neemt niet weg dat ING-klanten hun verontrusting toonden en dreigen de ING te verruilen voor een respectabelere bank. Ook de politiek roerde zich en PvdA, CDA en D66 willen dat de minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem opheldering geeft over het plan van ING om gegevens van klanten door te verkopen. De MohP geeft hierbij een Brits Lagerhuis “hear, hear” (de Engelstalige uitdrukking van bevestiging of instemming die vaak op incorrecte wijze als “here, here” wordt gespeld) aan de opmerkingen van het PvdA-Kamerlid Henk Nijboer: ‘De privacy van klanten moet voorop staan. De gegevens zijn immers van de klant en niet van de bank. Als grootste bank van Nederland beschikt ING over een grote hoeveelheid gegevens. De bank weet waar, wanneer, aan wie en hoeveel de klant betaald heeft voor diensten of producten. De bank beschikt over deze gegevens omdat zij een nutsfunctie heeft: het betaalverkeer veilig en goed laten verlopen. De gegevens moeten niet worden ingezet voor commerciële doeleinden, laat staan verpatst aan bedrijven.‘ De ING zou in deze commotie toch verstandig moeten zijn en evenals betalingsverwerker Equens, die in 2013 een vergelijkbaar plan had om de transactiegegevens van pinbetalingen te verkopen aan winkeliers, afzien van hun plan. Daarbij houdt de bank hopelijk, in tegenstelling tot Equens, niet vol dat het bedrijven op een integere manier – met respect voor de privacy van pashouders – adviseert.
De ING wil dus de betalingsgegevens van haar klanten verpatsen, maar het zijn hun gegevens en bij een kwaliteitsbank dient een klant er op te kunnen vertrouwen dat de privacy veilig en volledig wordt gewaarborgd. Voor dit verwerpelijke plan van de ING zijn trouwens nog wel ING-klanten nodig die expliciet aangeven aan deze proef mee te willen doen waarbij zij als beloning het risico lopen om te worden bedolven onder persoonlijke reclame. De ING zou er beter aan doen om voor hun klanten de talloze storing bij het internetbankieren, mobiel bankieren of betalen met iDeal te verhelpen. De conclusie is dan ook dat de ING in navolging van de Rabobank dringend behoefte heeft aan een reputatiemanager.
Deze conclusie wordt versterkt doordat de reputatie van de ING zeer kort na het idee om bij wijze van proef de betalingsgegevens van hun klanten te verpatsen aan de hoogste bieder opnieuw ernstig werd geschonden. De 23-jarige Rotterdamse student bedrijfseconomie Reedie met een blanco strafblad wilde dolgraag stage lopen bij de ING-afdeling lease, maar kreeg per ongeluk een interne e-mail waarin hij ‘die boef uit Curaçao’ wordt genoemd. Hij heeft daarop aangifte gedaan van discriminatie door een medewerker van ING die stelt dat deze e-mail ‘een grapje’ was. Omdat discriminatie echt onacceptabel is, heeft Reedie naast de aangifte bij de politie de kwestie ook gemeld bij anti-discriminatiebureau RADAR. De ING laat weten de zaak ‘ten zeerste te betreuren’ en passende maatregelen tegen de betreffende medewerker, een autochtone productspecialist, te hebben genomen. Met de door ING aangeboden excuses is voor de Hogeschool Rotterdam de zaak afgedaan, maar Reedie heeft de daarbij nieuw aangeboden stageplek geweigerd. Een nog luidere “hear, hear” voor deze student van de Hogeschool Rotterdam.
Nog wel een opmerking aangaande het doen van aangifte bij de politie. Op 12 maart 2014 zond de NCRV een aflevering uit van het onderzoeksprogramma ‘Altijd Wat Monitor’ over dat van alle aangiftes die bij de politie worden gedaan, maar vijf procent tot een veroordeling leidt. Schokkend om te horen was verder dat met 80% van de aangiftes bij de politie niets wordt gedaan. Dit ‘terzijde leggen’ leidt tot grote frustratie bij burgers, middenstanders, advocaten en de politieagent zelf. De politie beschikt over een arsenaal aan trucs om een zaak te laten verdwijnen. Deze trukendoos bevat het intern laten verdwijnen van een zaak door een politiechef door deze toe te bedelen aan iemand die ziek thuiszit of aan fictieve medewerkers of fictieve organisatie-eenheden om de werkbakken bij de politie leger te doen lijken. Het moedwillig wegmoffelen van aangiftes veroorzaak berusting in de zinloosheid van de effectuering van het recht op aangifte. Natuurlijk moeten de politie en het Openbaar Ministerie kansloze aangiftes (geen bewijs, geen zicht op een verdachte c.q. daderindicatie), die uiteindelijk tot een onvermijdelijk sepot leiden, kunnen afsluiten zonder daar te veel tijd en capaciteit (lees: geld) in te hoeven steken. Echter, door capaciteitsgebrek bij de politie om de 3000 (!) aangiftes per dag – mede ingegeven doordat de politiek het doen van aangifte (de ‘aangiftestroom’) fanatiek stimuleert en faciliteert (aangifte via internet) – te verwerken en de druk die er ligt bij de politiekorpsen om een hoog oplossingspercentage van zaken te halen, worden toch zelfs aangiftes waarbij de burger met sterke aanwijzingen komt om de zaak op te lossen (het mes waarmee gestoken is of het videobandje waarop de dader zeer duidelijk herkenbaar in beeld is, maar toch volgens de normen van de rechtbank in de Eindhovense kopschoppers zaak in zijn privacy wordt gerespecteerd) wegens prioriteitsgebrek op creatieve wijze door oom agent weggemoffeld. Blijft staan dat het geweldig is dat Reedie aangifte heeft gedaan van discriminatie (met daarbij de e-mail van de ING-medewerker als sterke aanwijzing). Nu gewoon dagelijks bij de ‘Wouters’ (meervoud van Wouter) blijven zagen en zeuren totdat zij daadwerkelijk iets met deze aangifte gaan doen en dat we in deze rechtsstaat niet weer criminaliteit gedogen van witte boorden.
Daarnaast nog een opmerking over discriminatie. Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) geeft in het Jaarrapport Integratie, geschreven op verzoek van het ministerie van Sociale Zaken, aan dat niet-westerse jongeren vaak last hebben van vooroordelen. De Sociaal Economische Raad (SER) komt binnenkort met een advies om discriminatie op de werkvloer aan te pakken en ook minister van Sociale Zaken Lodewijk Asscher wil discriminatie op de arbeidsmarkt aanpakken. De minister roept daarom sollicitanten die discriminatie ervaren op om aangifte te doen: “Discriminatie is strafbaar. Als bedrijven discrimineren moeten ze worden aangepakt.” Weer weliswaar de standard politieke oproep tot het doen van aangifte door de burger, maar discriminatie is op dit moment een trendy topic en is dus wellicht prioriteitsgevoelig bij de opsporingsinstanties. Maar dan wel alle discriminatie aanpakken, dat wil zeggen op basis van ras, godsdienst (waaronder ook begrepen levensovertuiging), seksuele voorkeur, geslacht én leeftijd. Op de hopelijk retorisch gestelde vraag van Eva Jinek in het programma Eén op één van KRO/NCRV of positieve discriminatie de oplossing is gaf Asscher desondanks een duidelijk ontkennend antwoord. Een terechte nee! Immers, ook bij positieve discriminatie blijft sprake van discrimineren. Het moet onbevooroordeeld gaan om iemands kwaliteiten.
Tot slot een tip aan de Rabobank, die zeer terecht forse kritiek kreeg te verwerken naar aanleiding van het Libor-schandaal en gelukkig goed heeft geluisterd naar zijn achterban, te weten: de lokale bankiers van de Rabobank die juist de goede naam van deze bank hebben opgebouwd, door de opgelegde boete niet als aftrekpost op te geven aan de Belastingdienst. De bancaire sector verdient het om de rest van dit millennium als hoofdveroorzaker van de huidige economische crisis onder een vergrootglas te liggen en zeer kritisch te worden benaderd bij een oneerlijk en falend gedrag. Daardoor staat op dit moment de reputatie van de ING in het bijzonder onder druk door voornoemde missers, maar daar zou de Rabobank van kunnen profiteren. Hiervoor dient de Rabobank duidelijk uit te spreken om als eerlijk bedrijf met een belangrijke nuts functie over de betaalgegevens van haar klanten te waken en een Rotterdamse bankier in opleiding een stageplek te geven op basis van zijn kwaliteiten en niet reeds op voorhand te diskwalificeren als boef vanwege zijn Antilliaanse afkomst.

Advertenties
Standaard

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s