(Ruwe schetsen uit) Het Dagboek van een Sabeltand Schorpioen

Nietszeggende oneliners

ziggo-plus-upc-is-ziggo

Ziggo wordt de nieuwe sponsor van Ajax. Zal dit massaal leiden tot opzeggingen in 010, 030, 040, 070 en 0522 (Meppel)? Het Amerikaanse Liberty Global, het moederbedrijf van UPC, dat kabelbedrijf Ziggo heeft overgenomen en beide bedrijven onder die naam wil samensmelten, doet er in ieder geval verstandig aan om in Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Eindhoven al was het maar voor de schijn de merknaam UPC te handhaven. Daargelaten dat de Autoriteit Consument & Markt (ACM, waarin de OPTA, de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Autoriteit per 1 april 2013 is opgegaan en is samengevoegd met de Consumentenautoriteit en de Nederlandse Mededingingsautoriteit, NMa), die als missie en strategie heeft gesteld om kansen en keuzes voor bedrijven en consumenten te bevorderen, de ruggengraat en het lef ontbeert om een dergelijke overname, hetgeen zal leiden tot een monopoliereus (90%!) op de Nederlandse kabelmarkt, tegen te houden. Feit blijft dat fans van Feyenoord, ADO, FC Utrecht, PSV en MVV Alcides straks als kabelconsument (indirect) financieel zullen bijdragen aan AFC Ajax. In Eindhoven en omstreken is dit waarschijnlijk goed nieuws voor Onsbrabantnet. Ook bij KPN en Tele2 zal toch een vlaggetje uit kunnen en zal er naar alle verwachting een beetje kunnen worden gejuicht vanwege te verwachten overstappers. Volgens algemeen directeur Michael Kinsbergen van Ajax is Ziggo een modern, ambitieus bedrijf waar veel jonge mensen werken en dat midden in de maatschappij staat en ook Baptiest Coopman, de beoogde chief executive officer (CEO) van Ziggo na de overname door Liberty Global, is enthousiast over de samenwerking. Toch zullen massale opzeggingen een averechts effect zijn voor Ziggo (lees: ook thans nog bekend onder de naam UPC). Hier daarom alvast een paar nietszeggende oneliners voor toekomstige CEO Coopman, die premier Mark Rutte op zijn mediatraining heeft geleerd, welke te allen tijde toepasbaar zijn bij geconstateerde negatieve effecten: “Ik herken mij niet in het geschetste beeld” en “We zijn hard bezig met het realiseren van onze doelen“. Normaal gesproken beschermen politici, toezichthouders en managers zich met een ernstige blik op de snoet en een zelfverzekerde intonatie met dergelijke oneliners, zodat zij zelfs als voorzitter van de Raad van Toezicht van WoonZorgcentra Haaglanden (lees: Heleen Dupuis, tevens Eerste Kamerlid van de VVD) kunnen spreken van een onjuist beeld en de falende zorg bij zeer kwetsbare ouderen kunnen ontkennen bij wie in een verzorgingstehuis de urine langs de benen in hun pantoffels druipt omdat er nog maar pak ‘m beet 3,5 hardwerkende zorgverleners beschikbaar zijn op een groep van zo’n 60 dementerende of anderszins broze bejaarden. Zonder dergelijke oneliners zijn zij kansloos tegen strijdbare mannen als Ben Oude Nijhuis (82) en Joop van Rijn (81) die zich niet de mond laten snoeren en gaat een staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (lees: zoon Martin van Rijn, PvdA) rare sprongen maken, zoals het onder druk laten zetten van het Algemeen Dagblad (AD) door het ministerie van Volksgezondheid om het interview met vader Joop van Rijn niet te publiceren en het proberen op een akkoordje te gooien met Ben Oude Nijhuis voor de uitzending van het VARA programma Pauw, dan wel een algeheel arrogant, stuitend en tenenkrommend optreden van Heleen Dupuis een dag later in hetzelfde televisieprogramma. Immers, zonder nietszeggende oneliners valt de ernstig geëscaleerde bestuurlijke incompetentie en corruptie die op nationale schaal enorm veel schade aanricht gewoonweg niet te bagatelliseren.

Advertenties
Standaard
(Ruwe schetsen uit) Het Dagboek van een Sabeltand Schorpioen

Schouderklopjes

Sinds de kolossale wanpraktijken van de financiële sector de wereld door hun graaiende hebzucht in 2008 dicht bij een faillissement brachten, zijn de instrumenten van hebzucht welke instabiliteit en instorting waarschijnlijker maken niet verdwenen. Ze zijn alleen juist veel, veel sneller geworden. Nee, meneer Pechtold geen bangmakerij. Het is extreem complexe realiteit die het leven van iedere eerlijke, hardwerkende wereldburger bedreigt. Dus wake up!, Alexander en maak je slapende collega’s in Nederland, Europa en de rest van de wereld wakker. Met wat leesuithoudingsvermogen valt uiteindelijk een schouderklopje te verdienen.
Op 6 mei 2010 voltrok zich een zeer bizarre crisis op de Amerikaanse aandelenmarkt. De 6 mei 2010 Flash Crash ook wel bekend als The Crash van 02:45, de Flash Crash 2010 of gewoon de Flash Crash. Het VPRO-programma Tegenlicht besteedde op 4 november 2013 een hele uitzending hieraan. In de Verenigde Staten kelderde de Dow Jones op donderdag 6 mei 2010 om 14:25 (2:25 uur p.m.) in enkele minuten ongeveer 1000 punten (ongeveer 9%) om zich na deze duikeling vervolgens snel weer te herstellen en nog voor 15:00 uur is de Flash Crash voorbij. Het is de grootste puntendaling binnen één dag in de geschiedenis van de Dow Jones en de op een na grootste schommeling in de index aller tijden. Ondanks de gemiddelde hedendaagse concentratiespanne van zo’n 30 seconden niet afhaken want onze pensioenfondsen, door de ‘flash boys’ (flitshandelaren op de beurs) ook wel oneerbiedig dom geld of diner genoemd, spelen ook roulette aan deze tafel op de wereldbeurs. Pensioenfondsen doen op vaste tijden grote aan- en verkopen. Deze transacties zorgen voor kleine koersschommelingen die makkelijk te herkennen zijn. Het is dan belangrijk voor een flitshandelaar om deze te zien aankomen en vervolgens snel te herkennen of deze tot een stijging of juist een daling leiden. High frequency trading of wel flitshandel beleefde een flash crash waarin maar liefst 862 miljard dollar (WTF!!!) aan beurswaarde in 20 minuten verdampte. De databrokers op de beursvloeren waar ook ter wereld dachten snel te zijn, maar er blijken nog snellere te zijn waar niemand het bestaan van kende. The Crash of 2:45 was echter niet voor iedereen rampzalig. Volgens expert Dave Lauer (Market Structure and Technology Architecture Consultant) had zelfs 9/11 niet zo’n impact op de markten. Het was dan ook deze gebeurtenis die hem het vertrouwen in handelen op hoge snelheid en het kapitalisme doet verliezen.
Na vijf maanden onderzoek hebben de Amerikaanse Securities and Exchange Commission (de Amerikaanse toezichthouder van de verschillende effectenbeurzen, hierna: SEC) en de Commodity Futures Trading Commission (een onafhankelijk agentschap van de Amerikaanse overheid dat futures (een future (termijncontract) is een financieel contract tussen twee partijen die zich verbinden om op een bepaald tijdstip een bepaalde hoeveelheid van een product of financieel instrument te verhandelen tegen een vooraf bepaalde prijs, kortweg een overeengekomen transactie in de toekomst) en optie markten reguleert, hierna: CFTC) een gezamenlijk rapport uitgebracht over hetgeen is voorgevallen op 6 mei 2010. In dit rapport beschrijven deze overheidsinstanties een markt die zich zorgen maakte over de crisis in Griekenland en met dit negatieve sentiment de hele dag al dalend was. Deze “gefragmenteerde en fragiele” markt raakt in een plotselinge neerwaartse spiraal door de verkoop van een ongewoon groot aantal E-Mini S&P 500 futures contracten op de CME beurs van Chicago door een groot beleggingsfonds. Gevolgd door agressieve verkoop van high frequency traders (HFT) wordt die verkoop versterkt en versnelt. Omdat er een tekort aan kopers ontstaat, gaan de HFT-algoritmes op hoge snelheid elkaar contracten verkopen en terugkopen. Dat snelle heen-en-weer kopen en verkopen van de algoritmes wordt het ‘hete aardappelen’ volume effect genoemd. De stortvloed aan E-Mini transacties leidt vervolgens tot een paniekreactie op de aandelenmarkten: handelaren trekken zich massaal terug uit de markt, met grote koersdalingen tot gevolg. Uiteindelijk herstelt de markt zich door een ingebouwd stopmechanisme op de beurs van Chicago, waardoor het handelen in de E-Mini-contracten voor vijf seconden wordt stilgelegd. Die korte tijd is net genoeg voor de geautomatiseerde systemen om zich te herstellen en daarna is rond 15.00 uur de Flash Crash van 2010 voorbij.
De lezing van de SEC en CFTC wordt niet door iedereen gedeeld. Vooral het feit dat één order van één beleggingsfirma de reden zou zijn. In het rapport van deze overheidsinstanties wordt die beleggingsfirma niet bij naam genoemd, maar impliciet blijkt het te gaan om Wadell & Reed uit Kansas. Data-analist en programmeur Eric Hunsader heeft eigen onderzoek gedaan op basis waarvan hij overtuigd is dat de ‘flash crash’ niet verklaard kan worden door die ene E-mini transactie van Wadell & Reed. De focus op die ene order leidt volgens hem de aandacht af van de werkelijke oorzaak: het gedrag van high frequency traders dat een overbelasting van de systemen veroorzaakt.
Het rapport van de SEC en CFTC onderkent onvoldoende het gedrag van de Flash Boys. In zijn nieuwe boek Flash Boys: Cracking the Money Code beschrijft auteur Michael Lewis (van onder andere het boek ‘Moneyball’, dat in 2011 is verfilmd met de acteurs Brad Pitt, Jonah Hill en Philip Seymour Hoffman in de hoofdrollen) de mechanica van high frequency trading. Computers die met elkaar racen om transacties uit te voeren in absurd korte tijdschalen, het ontstellende feit dat deze razendsnelle ‘trades’ 60 procent uitmaken van de Amerikaanse aandelenmarkten waarin biljoenen dollars in omgaan en de griezelige minuscule rol die de mens nog speelt in deze transactierace. De strategische vervanging van de investmentbankier door computers in het spel van de high-frequency trading. Door gebruik te maken van geavanceerde computers om transacties uit te voeren kan een financiële onderneming nanoseconden voorsprong verkrijgen op gewone investeerders en wordt risico-vrije winst gemaakt ten koste van minder hi-tech concurrenten. Er worden hierdoor in de ‘ haute finance’ door geheimzinnige handelshuizen op ’s werelds aandelenmarkten enorme geldbergen verdient die de Mount Everest jaloers zouden maken. Lewis toont een kijkje in de vaak opzettelijk duistere wereld van de Flash Boys die morele verontwaardiging veroorzaakt doordat het laat zien hoe high frequency traders zowel investeerders als het algemene publiek hebben misleid.
Een mooi voorbeeld hiervan is het verhaal van de aanleg van een kabel. De kabel, die zou lopen tussen Chicago en New Jersey, was anders dan alle kabels die eerder zijn gelegd, en diende top secret in een kaarsrechte lijn de 1328 km te overbruggen. De kosten van het leggen van deze glasvezelkabel op die route door bergketens, onder de rivieren en steden bedroeg 300 miljoen dollar, maar dat was slechts een fractie van wat het waard was. Immers, de rechtheid van de kabel, het geesteskind van een opties handelaar genaamd Dan Spivey uit Chicago, kocht tijd. Het versneld namelijk de snelheid waarmee data van beurzen in New Jersey kon worden verzonden aan die in Chicago met ongeveer 3 milliseconden. Spivey wist dat in deze fractie van een seconde een onnoemelijke fortuin kan worden verdiend.
Brad Katsuyama, een medewerker van de Royal Bank of Canada, viel het op dat de beurs hem op zijn computerscherm niet langer de informatie gaf die hij wilde. Zo merkte hij dat op het moment dat hij wilde traden, door bijvoorbeeld voor 10 miljoen dollar aandelen Apple te kopen voor een pensioenfonds, verschoof de prijs onmiddellijk opwaarts. Uit nader onderzoek van Katsuyama bleek dat de markt op voorhand zijn trade order precies wist.
Door gebruik te maken van de milliseconde verschillen waarmee zijn trade order de verschillende beurzen bereikte, onderscheppen high frequency trading algoritmen, kopen de aandelen en verkopen deze aandelen vervolgens weer een nanoseconde later aan Katsuyama tegen een hogere prijs. Daarbij wordt digitaal het verschil afgeroomd. Dit proces werd ‘front-running’ genoemd en was bijna niet op te sporen in een markt waarvan werd verondersteld dat deze open was. In het boekje van de MohP is het te vinden onder de betere oplichtingstrucs. Front-running verklaard de astronomische waarde van kaarsrechte glasvezelkabels, maar ook de Flash Crash van 2010. Onderzoekers konden in die 20 minuten durende crash niet achterhalen wat er gebeurd was en dat miljoenen schurkachtige milliseconde trades niet bestond in de wereld van seconden en halve seconden waarin de markten rapporteerden. Bovendien doet zich de prangende vraag voor of volledig geautomatiseerde flitshandel met super geavanceerde hi-tech hardware en software niet handel met voorkennis impliceert doordat de beurs (on)bedoeld trendinformatie een fractie van een seconde eerder aanbiedt aan een flitshandelaar waardoor deze net iets eerder kan anticiperen. Sinds 2014 onderzoekt de FBI (Federal Bureau of Investigation) daarom ook bij meerdere beurzen of gewone beleggers op onwettige wijze benadeeld worden door supersnelle, geautomatiseerde handel.
In dit tijdperk van technische ontwikkelingen maakt de flitshandel bijna 4 jaar na de Flash Crash 2010 tegenwoordig gebruik van nog sneller dataverkeer dan via het supersnelle glasvezel namelijk door de lucht. Haime Bodek is een quant (ontwikkelaar) die alles vastlegde en daar onderzoek naar deed. Quants zijn de technici die tradingmachines en algoritmes met elkaar kunnen laten praten. Met data transmissie door de lucht van schotel naar schotel op telescoopafstand kunnen extreme snelheden worden bereikt. En die nanoseconden sneller, daarmee kon de flitshandel winst afromen zonder dat de financiële markt daar erg in had. Volgens Haime Bodek weet 90 procent van de financiële markt niet hoe de aandelenmarkt in de VS werkt. Wetenschappers waarvan werd gedacht dat zij met hun enorme hersenkracht wereldproblemen aan het oplossen waren, bleken gigantische fortuinen met flitshandel te verdienen, aldus Bodek.
Zulke geavanceerde oplichterspraktijken vragen om tegenmaatregelen die deze Flash Boys maatschappelijk buitensluiten. Een alternatieve munteenheid (valuta) kan wellicht de oplossing bieden. Dit is een munteenheid die geen wettig betaalmiddel van een land, regio of streek is, zoals de munteenheden die zijn vastgelegd in de ISO 4217 of dit in het verleden was (zoals historische munteenheden), maar die wel als betaal- of ruilmiddel wordt gebruikt. Een aantal van deze munteenheden (met name cryptogeld) zijn beschreven in een voorstel voor een aanvullende, nieuwe ISO-standaard: X-ISO 4217 en worden soms ook wel complementaire munteenheden genoemd. Een voorbeeld hiervan is de digitale munteenheid Bitcoin, een vorm van cryptogeld. Bitcoins kunnen worden opgeslagen op een computer in de vorm van het wallet bestand of worden beheerd door een derde partij, een portemonneedienst. In beide gevallen kan het geld naar een ander persoon worden verzonden via het internet door iedereen met een Bitcoinadres. Dit elektronische geld maakt gebruik van een database verspreid over knooppunten van een peer-to-peer-netwerk om transacties te journaliseren en maakt gebruik van cryptografie om te voorzien in de nodige beveiliging, zoals dat Bitcoins alleen kunnen worden uitgegeven door de persoon die er eigenaar van is, en nooit meer dan één keer uitgegeven kunnen worden door die eigenaar. Toch lijkt de Bitcoin geen gelukkige keuze, want als het gaat over de digitale munteenheid Bitcoin gaat, is de waanzin zelden ver weg. Zo kan de waarde van de munt snel stijgen en dalen en ontketende het Amerikaanse weekblad Newsweek een halve manhunt naar de bedenker van de crypto-valuta, Satoshi Nakamoto. Verder werd de Bitcoin in 2013 vaak de valuta van de toekomst genoemd toen de koerswaarde sterk steeg, maar nadat eind februari 2014 werd ontdekt dat door omwisseldienst Mt. Gox en andere bitcoinpartijen grootschalige fraude is gepleegd wordt meteen het einde van de Bitcoin gepredikt. Zowel bitcoinbank Bitonic als Bitmymoney, waar de online valuta te koop is en bedrijven worden geholpen met betalingssystemen voor de Bitcoin, noteerden hevige koersschommelingen. Een vaag positieve conclusie dat de Bitcoin “may hold long-term promise” in de brief aan de voor de Amerikaanse senaatscommissie van voormalig voorzitter van de FED (Federal Reserve, de Centrale Bank van de Verenigde Staten) Ben Bernanke, die de acceptatie van de internetmunt heeft onderzocht, zorgde zelfs voor een koers van $ 785 voor 1 Bitcoin. In 2010 kostte 1 Bitcoin vijf eurocent en op 9 april 2014 om 19:10 uur stond de koers op € 326,49 voor 1 Bitcoin. Door de explosieve stijging van de koers zijn er dus bitcoinmiljonairs. Als je dus in 2010 voor € 153,15 3063 Bitcoins hebt gekocht ben je dus (virtueel) miljonair. Alexander Klöpping, de vaste internetdeskundige van De Wereld Draait Door (DWDD), promootte in april 2013 het Bitcoin piramidespel in DWDD. De Amerikaanse opsporingsdiensten gaan natuurlijk weer veel verder en stellen dat het internetbetaalmiddel wordt misbruikt door terroristen en criminelen om geld wit te wassen. In Nederland oriënteren de FIOD, de High Tech Crime Unit van de nationale politie en de Autoriteit Financiële markten (AFM) zich eveneens op de Bitcoin. Volgens de Nederlandse bitcoingoeroe Robert Reinder Nederhoed, eigenaar van Bitmymoney, zijn bitcoinmiljonairs echter nerds en studenten. In een ANP bericht van 19 november 2013 (http://www.trouw.nl/tr/nl/4504/Economie/article/detail/3547626/2013/11/19/Nederland-kent-eerste-bitcoinmiljonairs.dhtml) zegt Nederhoed verder niet bang te zijn dat de luchtbel klapt, zoals veel criticasters voorspellen. De Bitcoin wordt immers omgeven door onbekendheid en wantrouwen. Het is nieuw geld dat toekomst heeft en Bitcoin is als Facebook, straks zijn er honderden miljoenen gebruikers, aldus de eigenaar van eigenaar van Bitmymoney.
Facebook wil ook hét communicatiemiddel van de toekomst zijn, maar bibbert wel degelijk bij geruchten dat jongeren massaal het sociaal-media platform zouden verlaten. Dan kan het namelijk snel met het communicatieplatform van Mark Zuckerberg gedaan zijn. Kijk maar naar Hyves. Om een serieuze rol te spelen in het betalingsverkeer zal de Bitcoin veel stabieler moeten worden. Er zit amper reële economische waarde achter de munteenheid, waardoor de koers uitsluitend wordt bepaald door het vertrouwen dat gebruikers erin hebben. Om ‘de valuta van de toekomst’ te worden, moet er bijzonder veel veranderen. Daarnaast lijkt het op voorhand reeds geen goede optie om als alternatieve munteenheid een digitale valuta te gebruiken om te proberen de Flash Boys buiten te sluiten. Met hun geavanceerde technologische systemen weten zij vrij snel optimaal te profiteren van de enorme koerswisselingen van een munt als de Bitcoin.
Een betere suggestie zijn lokale alternatieve valuta als de Bristol Pond (£B), die op 19 september 2012 werd geïntroduceerd in Bristol in het Verenigd Koninkrijk als alternatief van de officiële Britse pond met als doelstelling mensen te stimuleren om hun geld uit te geven bij lokale bedrijven uit Bristol. Ook Rotterdam heeft zijn eigen valuta. Deze heet de Dam (de alternatieve Munt, http://www.rotter-dam.nl). Een van de initiatiefnemers van het nieuwe Rotterdamse ruilmiddel Dam, dat sinds 1 augustus 2013 in omloop is, is Hermann Matieschek die tegen het onafhankelijke multimediale platform voor onderzoeksjournalistiek in Nederland, FTM (Follow the Money) vertelde dat met een nieuwe lokale muntsoort, de Dam, wordt getracht middenstanders en kleine ondernemers meer financiële ruimte geven, nu veel te veel mensen aan de onderkant van de samenleving vanwege de crisis te weinig euro’s hebben. De Nederlandsche Bank (DNB) heeft de Dam een goedkeuring van geen bezwaar gegeven en ook de Belastingdienst ging er moeiteloos mee akkoord.
Econoom Ad Broere kent de sterktes en zwaktes van het huidige financiële stelsel en legt in zijn boek “Geld komt uit het niets” op begrijpelijke wijze uit waarom het essentieel is voor de toekomst van de wereld om te breken met het huidige financiële stelsel en beschrijft hij mogelijkheden waarop de toekomst veilig kan worden gesteld. Geld is waard wat de gek er voor geven wil. Met z’n allen zijn we best een groot collectief aan onnozelaars, want geld staat in menigeen z’n leven aardig centraal. De één heeft het nodig om te overleven, de ander kan zonder niet genieten en een klein percentage houdt vooral van oppotten. Gelukkig herinnert Ad Broere aan het feit dat we beter niet te veel waarde hechten aan het slijk der aarde en probeert hij duidelijk te maken wat de (gevaarlijke en onzinnige) mechanismen zijn achter ons financiële systeem. Nu Europese regeringen er alles aan doen om hun macht te wisselen voor een non-democratische bankenunie, is enige kennis omtrent de werking van dit funest en schadelijk systeem niet overbodig. Te meer, nu de financiële sector over een enorm arsenaal aan lobbyisten beschikt om zowel de nationale politiek als politici in de Europese Unie te bespelen.
De onrealistisch, volkomen idealistische oplossing voor een alternatieve munteenheid van de MohP ter afstoting van de Flash Boys betreft juist geen keiharde munteenheid, maar een zeer softe valuta teneinde hamsterrad in deze financiële hogedruk ratrace op te blazen. Het schouderklopje, de munteenheid met een werkelijk gemeende waardering. Het is dus niet de bedoeling dat er een wisselkoers wordt bepaald van € 10 is 1 schouderklopje en nog erger dat € 100 is een ‘hug’, noch dat een schouderklopje als hele munteenheid weer is onder te verdelen in: 10 knipoogjes met een glans van erkenning (= 1 schouderklopje) en dat zijn dan weer 5 waarderende glimlachjes (5 waarderende glimlachjes = 1 knipoogje met een glans van erkenning), zodat het puur idealistisch bedoelde schouderklopje als het ware meer gaat lijken op de prijslijst van een dienstverlener in de softe prostitutie.
schouderklopje

Standaard